A - B - C

Wat is dit?

AAR
Zaans voor "ander". De andere kant is dan ook "De are kant".

AN
Het is an of oit. Als je na een avondje een meissie wel erg lief vond en daar nog lange tijd mee wilde daargaan dan was het AN. Er was dan geen sprake meer van een "losse skarrel".

ANKEND
Een prachtige Zaanse volzin: "Ankere week gane me te warskip bai me snaar". In begrijpbaar Nederlands "Volgende week gaan we logeren bij mijn schoonzuster". Ankend is dus "aanstaande".

ANSTONS
Het betekent straks of zodadelijk. In Oostzaan schijnt het afgekort te worden tot ansies.

ANSTOELE
Wanneer je met je stoel een beetje ver van de tafel zit moet je een beetje dichter naar te tafel toeschuiven. In het Zaans moet je dan even "anstoele".

BAKKIE LEUT
Wel bekend in ook andere delen van ons land. Het betekent een kop koffie drinken.

BALJAREN
Dit woord spreek je uit met de nadruk op "bal". Het betekent "schelden".

BAN
Een van de bekendste schaatstochten in Noord-Holland is de "Bannetocht". Een "ban" is dan ook een tocht met de fiets of te voet om een bepaald gebied. Je kan kiezen uit een "grote ban" of een "kleine ban". Vroeger was een ban een gebied waarin dezelfde rechter zijn rechtspraak hield.

BANGESKAITERD
Ben je niet zo dapper dan ben je een "bangeskaiterd". Je "skeet temet in de broek!".

BARREL
Als je een "barrel van een fiets" had was het niet best. Het betekent "afval" of "uitschot". Ook over mensen kon dit gezegd worden: "Deer is die barrel weer!".

BEGAFFELE
"Me kenne et niet begaffele" nog steeds wordt in de Zaanstreek deze uitdrukking gebruikt als je het werk niet meer aankan. Ook "bedoen" wordt wel eens gebruikt.

BENNE
Voor het foutloos vervoegen van werkwoorden moet je niet in de Zaanstreek zijn. Zo wordt "zijn" veelal vertaald in "benne". "We benne gekomen" rekenen we in de Zaanstreek dus goed!

BESKETE
Als je er een beetje ongezond, witjes, uitzag dan was je "beskete". Je was dan eigenlijk een "bleekskeet".

BEUN(TJE)
De meeste niet-Zaankanters weten dit niet, maar een beun is een aanlegsteiger. ook bij oude huisjes wordt een beuntje gebruikt, maar dan als opstapje bij de achterdeur.

BINSTEREG
Een ruwe huid was "binstereg". Je kon ook "strips" of "sproos" zijn. Misschien komen we daar later nog wel op terug.

BLIERT
Als je de bliert had was het niet best met je want dan woonde je ongeveer op het toilet. In de rest van Nederland zegt men diaree. De bliert was meestal ernstig en had dysentherie als oorzaak. Subtiel is het verschil met de radder. Ook dit was diarree en je voelde je net zo beroerd, maar de oorzaak hiervan was meestal een voedselvergiftiging.

BLIK
"Zo blaid als blik" dan ben je heel erg blij. "Bliek" is een vissoort en dat gespartel maakt je erg blij.

BLUSSIE
Een blussie is een kleine beschadiging aan verfwerk of bijvoorbeeld een kopje.

BOER
Niet de man die op het land staat te werken, maar de naam van de kleine middenstander, zoals de melkboer en de groetenboer. Opmerkelijk werd de voddenboer niet zo genoemd maar dat was een voddenjood.

BORSTEG
Als je een "borsteg" was dan was je verkouden en moest je steeds hoesten.

BRAAIEN
Lekker sudderen in de pan dat vlees en braden maar.

BRAD
"Effe een bradje wol halen", zei moeder. Moeder ging dan een kluwetje wol op een kaartje halen om de gaten in vader zijn sokken mee te stoppen. Maar ja, wie stopt er nog sokken tegenwoordig?

BRO
"k heb de bro" zeg je als je zoveel gegeten heb dat je harstikke vol zit.

BUUSSIE
"Buus" of "buussie" zijn woorden die nu nog geregeld gebruikt worden. Het betekent "buurvrouw" en menig buus "komt nog welles an bakkie doen".

BUUT
Nu nog spelen de kinderen "opskoilers". Wordt je niet gevonden en weet je de vrijplaats (et Buut) te bereiken dan riep je "buut!". Het lijkt op het Franse woord "but" wat "doel" betekent.

[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Mijn vrienden / buddies

Alle beetjes helpen

  • Help slachtoffers aardbeving Azi

Vraag & Aanbod

Terug naar ZaanNet

  • Klik op onderstaande afbeelding.

Teller


Copyright 2002-2017